Kriebels

13 juni 2010 at 14:01 (Gedachtekronkels)

Heel voorzichtig, heel plots, heel ineens, kriebels.

En toen bedacht ik dat ik misschien wel heel erg blij ben nu.

Advertenties

Permalink Geef een reactie

Gewoon

22 maart 2010 at 16:32 (Gedachtekronkels)

Gewoon.

Dat alles wat ik ooit vertrouwde
Nu ineens zo anders is

De dag, de nacht
En ik daartussen
Vol gedachten zonder waarde
Zonder dromen
Met verdriet

Dat jij ineens niet jij meer bent
Maar toch ook wel
Dat alles zo veranderd is
Maar toch ook niet

Dat iedereen die mij zo lief is
Toch weer ooit verdwijnen zal

Dat jij nu weg bent
Niet bij mij

Ik wil je vasthouden
En jou ook
Jullie allebei
Vast aan mij

Gewoon, verdriet

En ik daartussen
Vol van angst
Dat alles weer eens anders wordt
Dat alles weer eens anders loopt

Gewoon, verdriet
Gewoon, angst
Gewoon, alles.

Permalink Geef een reactie

Over en uit

30 januari 2010 at 18:47 (Gedachtekronkels)

Je keek me niet eens aan.
Met trillende handen rookte je je sigaret en bestudeerde je je schoenen.

Ik kon niets meer zeggen. Ik was hees van het schreeuwen tegen jouw buitenkant. Je binnenkant leek me niet eens meer te horen. Ik was moe van de uren van ruzies. Kapot van het verdriet dat me overspoelde. Alles deed pijn. Het bij jou zijn, maar ook het niet bij jou zijn. Ik moest moeite doen om niet gewoon bij je te gaan zitten en je te kussen. Zoals we altijd deden. Gewoon samen kroelen op de bank, net alsof er niets gebeurd was.
‘Lieverd..’ begon ik, wetend dat ik mijn zin toch niet af zou maken. Je keek me aan. Niets van je blik leek op de blik die ik ooit gekend had. De blik waar ik verliefd op was geworden.‘Weet je, Eva, misschien moet je stoppen met huilen. Het is over. Over en uit.’ Het kwam er scherper uit dan je zelf wilde, dat zag ik in je ogen. Misschien voelde je zelf ook wel dat we eigenlijk gewoon bij elkaar hoorden. Dat we niet apart konden zijn, omdat we nou eenmaal teveel van elkaar hielden. Misschien meende je dit niet. Misschien..
Je keek weer naar je schoenen. Je handen trilden nog steeds.
Een paar minuten gingen voorbij. Ik zat op mijn bed, jij op mijn bank. Ik zocht naar woorden die konden uitleggen wat er door me heen ging.
Ineens stond je op. ‘Hou me dan tegen! Hou me nou gewoon tegen! Ik wil helemaal niet weg!’ De tranen liepen over je wangen. Ik liep naar je toe en hield je vast. Je armen hingen slap naast je lijf, alsof ze niet van jou waren. Je hoofd rustte op mijn schouder. Je huilde met lange halen. Ik aaide langs je gezicht. Zachtjes kuste je me. Ik kreeg een raar gevoel in mijn maag. Vlinders, of zenuwen? Ik wist het niet meer. Ik wist alleen nog dat je bij me moest blijven. Ineens keek je naar me, met je betraande ogen.
‘Sorry,’ zei je. ‘Ik wil wel weg. Ik moet gaan.’
Ik liet je los, jij verdween. Ik keek je niet eens na.

Permalink Geef een reactie

Afspraakje

17 oktober 2009 at 14:19 (Gedachtekronkels)

De fles rode wijn is leeg. Ze staat op van mijn bank.
‘Ik vond het gezellig, vanavond.’
‘Eh, ja, ik ook.’
‘Ik moet gaan, het is al laat.’

Ik weet niet wat ik wil en ik weet ook niet wat zij wil, al weet ik volgens mij wel dat zij ook niet weet wat ze wil. Wel vraag ik me af of ze weet dat ik weet dat zij niet weet wat ze wil en dat ik ook niet weet wat ik wil.

Misschien moet ik even niet denken, nu.

‘Ik ga nu echt.’
Ze legt haar hand in mijn nek.
Mijn hand gaat door haar haar.
Ik ruik rode wijn en even later proef ik rode wijn.
Voor nee is het nu te laat.

Permalink 2 reacties

Dag

16 oktober 2009 at 01:29 (Gedachtekronkels)

Lieve Toon,

Ik mis je. Iedereen zegt dat het minder wordt na verloop van tijd, het missen. Het zou een plek krijgen. Toch blijf ik verlangen naar een goed gesprek. Een goed gesprek met jou. Ik denk nog steeds aan je, iedere dag. Er zijn zo veel dingen gebeurd, dingen die je moet weten, dingen die ik je wil vertellen. Het is niet dat ik het niet aankan zonder je, maar het is zoveel moeilijker.
Je nummer staat nog steeds in mijn telefoon, terwijl je telefoon al meer dan een jaar niet meer gebruikt wordt. Ik kan je niet verwijderen. Je hoort nog te veel bij me.
Ik mis je, ik mis je zo erg.

Verlangen naar wat was, is een heel erg zoet verdriet

Permalink Geef een reactie

Omdat het zo is

21 september 2009 at 01:57 (Gedachtekronkels)

Wow. Alles mooi, mooier, mooist. Alleen maar zitten en kijken. Naar het bierkratje met de palet erop, of naar de aansteker die daar is neergegooid. Kijken naar het bierflesje kan ook. Of naar de handen van je huisgenootje, die een joint rollen. Mooi. De wereld is mooi. Geen zorgen voor het grote geheel. Wat schieten we daar ook mee op?
Kijk naar wat jij wil. Kijk naar wat je mooi vindt.

Alles komt goed.

Permalink Geef een reactie

De bus

21 september 2009 at 01:49 (Gedachtekronkels)

Aan de andere kant van het gangpad zitten twee meisjes. Een jaar of veertien, zware make-up op. Ze praten wat, over jongens en over de aankopen die ze zojuist hebben gedaan. Na een tijdje is het stil. Beide meisjes pakken hun telefoon en kauwen verveeld op hun kauwgom. Ze leggen hun voeten op de lege stoelen tegenover ze. De bus stopt. Een oud vrouwtje komt binnen. Nergens is nog plaats, behalve tegenover de twee meisjes. Zodra de vrouw hen nadert, zetten ze snel hun tas bij hun voeten op de lege stoelen. Met een brutaal gezicht kijken ze of de vrouw iets doet. Ik sta op en laat de vrouw op mijn plaats zitten. Daarna plof ik bovenop de tas en de voeten van één van de twee arrogante trutjes.
Ha, net goed.

Permalink Geef een reactie

Thank you

20 september 2009 at 19:41 (Gedachtekronkels)

No laws, no limits. One rule: never fall in love.

‘Het is goed’ zeg je. Je kijkt me vluchtig aan en laat het er verder bij. Geen woord teveel.
Met ingehouden woede staar ik je aan, maar ik weet dat er niets meer uit je zal komen dan dit. Nu niet in iedere geval. Later, misschien. Later, dan wel..
Ik zou kunnen zwijgen, maar dat heb ik al zo vaak geprobeerd. En dat kan ik niet. Ik kan het gewoonweg niet.
Zachtjes duw ik tegen je aan. Je kijkt me aan. Grote waterige ogen. Je bent zo ver weg. Hoe ben je ooit zo ver bij me weg gegaan?
Wie van ons tweeën is er als eerste gaan lopen? Jij? Ik? Allebei?
Alles raast door me heen. Ik moet weg, ik moet echt weg nu.
‘Het is goed’ zei je net. Maar het is niet goed, helemaal niet. Het voelt verschrikkelijk, maar het moet. Weggaan is goed. Tot ziens. Of vaarwel.. Moeten we elkaar nog zien, of niet?
Wachten op jou. Wachten tot je inziet.. Tot je in ieder geval weer iets ziet, anders dan alleen jezelf. En als je dingen weer gaat zien, als je ogen weer open zullen gaan, zal je dan de chaos die is gecreëerd kunnen aanschouwen? De chaos die is gemaakt door jou? Door mij? Door ons allebei misschien? Want ik liet het toe, dat zeggen ze toch altijd? Misschien vind ik het allemaal wel gelul.
Jij bent de helft van de tijd niet meer bij mij. Omdat je steeds maar weg wilt, omdat je de nacht in wilt. Die onrust.
Zeg niet dat ik je verlaten heb. Je hebt mij al een tijd geleden als eerste verlaten. Ik riep je nog, maar volgens mij hoorde je me niet.
Zo triest.
Ik weet het nog goed. Je gezicht, die avond. Mooi, mooier, het allermooist was je. We zoenden voor de eerste keer. Jij werd mijn engeltje, ik werd jouw prinses.
Na een jaar ging het mis. Waar was jij gebleven? Die ander, die in jouw plaats was gekomen, vond ik niet leuk. We wisten beiden dat het niet ging, dus gingen we terug. We gingen fysiek terug, naar de eerste avond, de eerste ontmoeting. Toen zag je haar. Mij was je kwijt. Gelukkig had ik mijn rosé nog.
Ik zwalkte naar de toiletten, hield me aan de muren vast. Controle bijna weg, zo anders dan anders. Ik voelde me kut en het liefst was ik naar je toe gegaan, had ik tegen je geschreeuwd.
‘Stomme trut, houd er toch mee op! Krijg weer een beetje grip op jezelf! Zie je dan niet wat je doet, met je stomme dronken kop de hele tijd! Donder toch op met je behoeftes, het is alles of niets, remember?’
Ik wilde het je zeggen, maar ik deed het niet. En bovendien, zoals ik me toen voelde, kon ik het ook niet meer. Eigenlijk had ik niet eens door dat je niet meer op de dansvloer was.
Geleund tegen de wasbak wachtte ik tot één van de wc-deuren op zou gaan. Er waren nog twee vrouwen voor mij.
Eén deur open, zij erin.
Andere deur open, ik zag de ander aanstalten maken om naar het toilet te lopen, maar zag dat ze achteruit deinsde. Toen zag ik dat jij er uit was komen lopen. Jouw arm om haar middel geslagen. Haar hand op jouw kont, losjes en vanzelfsprekend. Jullie giebelden het uit.
Je keek me aan. Eerst zag je me niet eens echt volgens mij, het drong niet tot je door. Maar toen verstarde je gezicht, de grijns die je had verdween meteen. En ik wist genoeg.
Het was genoeg.

Ik maakte het uit. De dag erna. Je vroeg me waarom. De stomste vraag die ik in jaren had gehoord. ‘Lijkt me wel duidelijk’ schreeuwde ik je trillend van woede toe.
‘Wat dan? Zeg het me dan!’ huilde je vanaf de bank. Ogen doorlopen met mascara.
Ik gooide je een tas toe. Hij kwam vlak naast je neer.
Verschrikt keek je op.
‘Ik wil dat je mijn huis verlaat’ bitste ik je toe. Mijn stem had opmerkelijk laag geklonken, vol verachting.
Iets dat ik misschien had moeten vasthouden toen. Misschien, zodat ik je nu gemakkelijk kan laten gaan. Maar zo liep het niet. Ik liet me weer gaan toen je opstond en je me met de diepste blik die je me op dat moment had kunnen geven aankeek.
‘Het zal anders worden, ik zal eraan werken. Ik zal minder zuipen, ik zal je laten zien dat ik voor je ga.’ Ik zal, ik zal, ik zal. Maar ik smolt. Ik wilde het geloven. Je kuste de vloeken van mijn mond. En ik nam het mezelf niet kwalijk dat ik je toen nog een kans gaf.
Een arm om me heen. Dat wilde ik. Samen burgerlijk op de bank een dvd-tje kijken. Een keer naar de bioscoop, hoe truttig ook. Daarna even wat drinken. Maar je wilde weg, weg, weg..
En nu ben ik weg. How about that, darling?
Je bent zoals je bent. Natuurlijk heb je ook het recht te zijn wie je bent.
Alleen zonder mij.

No laws, no limits. One rule: never fall in love.

Permalink Geef een reactie